Waarom de Nederlandse aanpak voor infrastructuur Duitsland inspireert

De laatste jaren komen met regelmaat Duitse delegaties naar Nederland om te zien hoe de infrastructuur wordt aangepakt. Hochtief-directeur Alexander Neumann vertelde tijdens de Hollandtag van de Duits-Nederlandse Handelskamer (DNHK) waarom dit zo inspirerend voor de Duitsers is. Infrastructuur

Voor de Duitse politiek is de Nederlandse aanpak bij het aanleggen van nieuwe infrastructuur inspirerend. Dat bleek ruim een jaar geleden al tijdens het tweedaagse bezoek van de verkeersminister van Noordrijn-Westfalen, Hendrik Wüst aan onder meer Rijkswaterstaat en de Duits-Nederlandse Handelskamer. Hij sprak toen met Nederlandse experts over planningsstrategieën en omgevingsmanagement, aanbestedingsprocedures en de omgang met wegwerkzaamheden.

Wüst is inmiddels bijna twee jaar verkeersminister in Noordrijn-Westfalen en heeft van begin af aan veel aandacht voor het buurland. “Tot mijn erfenis hoort ook een slechte infrastructuur. Maar we hebben nu financiële middelen ter beschikking en willen het probleem aanpakken”, zo beschreef hij de aanleiding van zijn bezoek. Volgens hem is Nederland een voorbeeld en kan Noordrijn-Westfalen nog veel leren.

‘Samen zoeken naar een oplossing’

Eén van de Nederlandse geheimen achter het succes is het vroeg betrekken van verschillende stakeholders bij het proces. Naar verluidt worden processen hierdoor sneller en daalt het aantal conflicten. De planning en uitvoering van infrastructuurmaatregelen kent in Nederland een grote mate van ‘met elkaar’ en gezamenlijke zoektocht naar de oplossing van problemen.

Die conclusies bevestigde Alexander Neumann tijdens de DNHK Hollandtag in Duisburg. De directeur van het Duitse Hochtief PPP Solutions Netherlands BV gaf hier samen met Rijkswaterstaat een lezing over de Nederlandse aanpak. “Rijkswaterstaat heeft een heel innovatief model voor de aanbesteding voor infrastructuur. De ideeën en creativiteit uit de markt worden veel meer benut. In het proces worden hiervoor ook de juiste prikkels gegeven.”

Hochtief uit Essen opende in 2014 een kantoor bij Amsterdam, gespecialiseerd in complexe infrastructuurprojecten, zoals luchthavens, bruggen en tunnels. Inmiddels heeft Hochtief in Nederland voor miljarden aan projecten aangenomen, zoals de uitbreiding van de snelweg tussen Amsterdam en Almere en de aanleg van het grootste aquaduct van Europa. “We hebben vrij snel onze Duitse bril afgezet en ons erop ingesteld om samen met onze klanten ideeën en oplossingen te ontwikkelen”, vertelde Neumann aan de deelnemers van de workshop ‘Future Megatopics’ op de HollandTag. “Deze flexibiliteit, gekoppeld aan de Duitse degelijkheid, wordt door Nederlandse contractpartners erg gewaardeerd”.

Infrastructuur is ook gewoon ‘doen’

Al tijdens de algemene planningsfase, en daarmee nog voor het daadwerkelijke goedkeuringsproces, bespreekt Rijkswaterstaat als opdrachtgever bijvoorbeeld de mogelijke maatregelen met potentiële projectpartners, zoals de bouwsector. Rijkswaterstaat vraagt de stakeholders actief ideeën en oplossingen te formuleren. Een groot verschil met Duitsland is dat Nederland het simpelweg ‘doet’, zegt Neumann. “Duitsland is te vaak te terughoudend en zoekt eerst naar de perfecte oplossing. De Duitse aanpak duurt langer. Nederlanders hebben wat meer moed en zetten sneller de eerste stap.”

De autoriteit weet dat dit mogelijk ook tot hogere kosten voor het project kan leiden. Aan de andere kant heeft een hogere uitvoeringskwaliteit ook een positief effect op de gehele economie. Die fouten moet je incalculeren, zegt Neumann. “Leer van je fouten. Vernieuwing is niet iets wat je in één project doet, het is beter om dit over een serie van projecten te verdelen.”

Proces vs. eindproduct

Toch is de Duitse liefde voor kwaliteit niet per se slecht, vindt Neumann. Juist bij het samenwerken tussen de beide buurlanden valt het op hoe goed de beide visies bij elkaar passen. “De Duitse focus op het eindproduct en de Nederlandse oriëntatie op het proces komt het eindproduct ten goede.” De synergie tussen de landen is erg goed, vindt hij. “Het past goed bij elkaar en het samenwerken is erg plezierig.”

Ook het management van wegwerkzaamheden werd uitvoerig besproken. In Nederland heeft de doorstroom van het verkeer altijd de hoogste prioriteit. Hiervoor gebruikt Rijkswaterstaat het zogenaamde bonus-malus-principe. Dat betekent concreet dat de bouwuitvoerder beloond wordt voor een geringere invloed op het verkeer. Hoe minder rijstroken voor het doorstromende verkeer afgezet worden, des te groter de financiële stimulans. De hoogte van de malus is afhankelijk van de weekdag en de tijd van de werkzaamheden. Het afsluiten van rijstroken op een maandag in de spits wordt met een hogere malus bestraft dan werk op minder drukke tijden. Minister Wüst liet vorig jaar al zijn bewondering merken: “Het is belangrijk om van anderen te leren en ik zie hier goede voorbeelden. Als het erop aankomt ben ik ook niet bang om een wet aan te passen”.

Duits-Nederlandse Handelskamer

De DNHK is met meer dan 1.500 leden het grootste Nederlands-Duitse zakennetwerk en ondersteunt al 110 jaar ondernemingen bij hun activiteiten op de buurmarkt.