Wat de Duitse techregio ‘it’s OWL’ interessant maakt voor Oost-Nederland

De hightechindustrie uit Oost-Nederland heeft veel toe te voegen in Duitsland. Hans Brouwers ziet als liaison Duitsland voor Oost NL onder meer heel veel kansen in de techregio 'it's OWL' in Noordrijn-Westfalen. OWL

In het noord-oosten van Noordrijn-Westfalen ligt de regio Ost-Westfalen-Lippe, meestal afgekort als ‘OWL’. Deze regio rondom de stad Bielefeld telt bijzonder veel grote familiebedrijven, vaak een aantal kalibers groter dan het gemiddelde mkb-bedrijf in Nederland. De bedrijven uit deze regio hebben zich verenigd in een zogenaamd ‘Spitzencluster it’s OWL’, tegenwoordig onder de naam ‘Intelligente Technische Systeme (it’s) OstWestfalenLippe‘.

Binnen deze samenwerking ontwikkelen meer dan 200 bedrijven, onderzoeksinstellingen en organisaties oplossingen voor intelligente producten en productieprocessen. Met de steun van de deelstaat Noordrijn-Westfalen zullen tussen 2018 en 2022 projecten ter waarde van 100 miljoen euro worden uitgevoerd. De belangrijkste thema’s zijn kunstmatige intelligentie, digitale platforms, digital twins en Arbeit 4.0.

Dat maakt het een interessante regio voor Oost-Nederland, zegt Hans Brouwers. Hij is liaison Duitsland voor ontwikkelingsmaatschappij Oost NL. “De hightechindustrie uit Oost-Nederland heeft veel toe te voegen in Duitsland, zeker in een regio als OWL.”

Dat ‘it’s OWL’ inmiddels zo’n sterk merk is, komt volgens Brouwers omdat er florerende familiebedrijven de handen ineen hebben geslagen om de regio en de ondernemers te stimuleren onder andere met veel innovatieve projecten. “Daarom heb ik de founders van Novel-T meegenomen om daar kennis te maken en het geheim van de OWL-aanpak te doorgronden als inspiratiebron voor Oost-Nederland. Zeker in de wisselwerking tussen bedrijven, universiteiten en wetenschappelijke instituten zoals Fraunhofer is daar iets unieks ontstaan. Ik wil graag verder aan de verbinding met deze regio bouwen.”

Hidden champions en wereldmarktleiders in it’s OWL

Duitsland kent natuurlijk meerdere industrieclusters, maar de Duitse regering ziet it’s OWL als een van de grootste initiatieven voor Industrie 4.0 in de ‘Mittelstand’ (Duitse mkb, maar dan groter). OstWestfalenLippe geldt inmiddels als een van de sterkste productielocaties in Europa. In de machinebouw, de elektronische industrie en de toeleveringsindustrie voor de automobielindustrie bieden 400 bedrijven werk aan ongeveer 80.000 werknemers. Samen zijn ze goed voor een jaaromzet van 17 miljard euro.

De grote kartrekkers van dit cluster zijn familiebedrijven. Daartoe behoren tal van wereldmarktleiders: denk aan merken als Benteler, Claas, Diebold Nixdorf, DMG Mori, GEA, Hella, Hettich en Miele, maar ook veel hidden champions als Kannegiesser en WP Kemper. In de industriële elektronica zijn Beckhoff, Harting, KEB, Lenze, Phoenix Contact, Wago en Weidmüller grote namen. Op het gebied van verbindingstechnologie hebben ze een aandeel van 75% op de wereldmarkt.

De regionale universiteiten en onderzoeksinstellingen staan voor interdisciplinair toponderzoek op gebieden als kunstmatige intelligentie, industriële automatisering, ‘Arbeit 4.0’ en systeemtechniek. Ongeveer 1.000 wetenschappers werken aan innovatie in vier Collaborative Research Centres, 18 onderzoeksinstituten en drie Fraunhofer-instituten. Aan de universiteiten studeren meer dan 20.000 studenten een beta-opleiding.

Toeleveranciers zetten stappen in Industrie 4.0

Topbedrijven uit deze regio zijn bezig met tal van innovaties. Een aantal voorbeelden: DMG MORI ontwerpt intelligente machines ontworpen, Kannegiesser een zuinige, zelf-optimaliserende industriële wasserij. De zelfbedieningsterminals van Diebold Nixdorf zijn uitgerust met intelligente bedieningsinterfaces. En fabrikant Claas heeft de netwerk- en milieuerkenning van landbouwmachines verder ontwikkeld. Koplampenproducent Hella heeft ‘slimme’ lampen ontwikkeld en de actieradius van elektrische auto’s verbeterd. De bedrijven werden hierin bijgestaan door de universiteiten en onderzoeksinstituten.

Vooral de kleinere en middelgrote bedrijven profiteren van de samenwerking door middel van een innovatief overdrachtsconcept. In 171 projecten konden ze hierdoor hun eerste stappen zetten op weg naar Industrie 4.0. Zo’n driekwart van de bedrijven is tevreden over deze projecten.

Motor voor de ontwikkeling Ost Westfalen-Lippe

Sinds de lancering van het OWL-cluster in 2012 hebben de bedrijven ongeveer 7.500 nieuwe banen gecreëerd. Er zijn zeven onderzoeksinstituten opgericht, waaronder het Fraunhofer-Instituut voor Mechatronica in Paderborn en de Fraunhofer IOSB-INA – afdeling Industriële automatisering (Lemgo). Daarnaast zijn aan de zes universiteiten 23 nieuwe praktijkgerichte opleidingen gecreëerd, waarbij het bedrijfsleven betrokken is, waaronder veel duale en deeltijdse opleidingen. Het aantal beta-studenten werd met 48 procent verhoogd.

Hans Brouwers verkent nu de mogelijkheden voor ondernemers en kennisinstellingen om nauwer samen te werken met it’s OWL. Hij merkt in gesprekken dat de belangstelling van beide kanten groeit. “Beide landen maken zulke enorme transformatieslagen door in de digitalisering en energie. In deze ontwikkelingen kunnen we niet zonder elkaar.”

Spitzencluster it’s OWL aansprekend voorbeeld voor Oost-Nederland

Samenwerking is het toverwoord, zegt Brouwers. “Ook de Duitsers zien dat ze het niet meer alleen kunnen. De tijd dat men alles zelf of in de eigen omgeving kon oplossen is voorbij. Je merkt dat Duitse bedrijven steeds opener staan om bepaalde expertise of oplossingen van verder weg te halen.” En dat biedt mogelijkheden voor toeleveranciers uit Oost-Nederland. “Aan ons de taak om die ketens te ontsluiten en ertussen te komen.”

In Duitsland ontdekt men steeds meer wat de innovatieve maakindustrie in Oost-Nederland in huis heeft, merkt Brouwers. “Veel Duitsers zagen ons voorheen vooral als een slim handelsvolk, dat we ook meetellen als innovatieland was veel minder bekend.” Er is veel belangstelling voor de Fieldlabs waarin bedrijven en kennisinstellingen samenwerken aan Smart Industry, zegt hij. “Wij krijgen steeds meer waardering voor onze expertise, voortvarendheid, flexibiliteit en betrouwbaarheid. We staan voor wat we zeggen en dwingen daarmee respect af.”

De manier om beter in beeld te komen in Duitsland, loopt via regionale netwerken, zegt hij. “We hebben nog te vaak de neiging om zaken te willen doen ver weg en met de grote namen.” Maar voor mkb’ers uit Oost-Nederland liggen er volgens hem veel betere mogelijkheden. “Het Duitse mkb is een paar slagen groter dan wat wij gewend zijn. Het zijn vaak familiebedrijven die wereldkampioen zijn in hun niche. Daar moet je je op richten.”

GO4EXPORT

Internationaal denken en doen onder één naam #GO4EXPORT Mogelijk gemaakt door samenwerkende partijen in de provincies Overijssel en Gelderland.