Economische motor van Duitsland hapert: wat betekent dit voor Nederland?

Het succesmodel van de Duitse economie staat onder druk. In hoeverre moet de staat ingrijpen en wat betekent dit voor Nederland? Tijdens het vierde Duits-Nederlandse Wirtschaftssymposium houdt prof. dr. Kees van Paridon een pleidooi om niet alleen naar de concurrentiepositie te kijken, maar ook te streven naar grotere inclusiviteit.

Zowel in Nederland als Duitsland wordt er volop gediscussieerd over de vraag hoe Europa concurrerend kan blijven tegenover grootmachten als de Verenigde Staten en China. Welke industriepolitiek werkt, en welke verdienmodellen hebben de toekomst? En hoe reageert de samenleving hier op? Deze en andere vragen staan centraal tijdens het vierde Duits-Nederlandse wirtschaftssymposium op 30 oktober in Düsseldorf met als titel ‘Nationaal industriebeleid: onvermijdelijk of ongewenst?’. (Aanmelden)

De organisatie is in handen van het Zentrum für Niederlande-Studien (ZNS) in Münster, in samenwerking met de Duits-Nederlandse Handelskamer (DNHK) en de IHK Düsseldorf. DNHK-directeur Günter Gülker verheugt zich op het symposium. “In welke mate hoedanigheid moet de overheid zich mengen in de industriepolitiek?” Een spannend en actueel thema, zegt hij. “Verplichte kost voor iedereen die zich interesseert voor economische politiek.”

Debatteren over de toekomst van de industrie

Een van de sprekers is hoogleraar economie prof. dr. Kees van Paridon van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2016 is hij ook gasthoogleraar bij het ZNS in Münster. Hij wil het vooral hebben over de maatschappelijke uitdagingen: de toekomst van de industrie en de verwachtingen van de maatschappij. Hij debatteert hierover met FDP-Bondsdaglid en Nederland-kenner Otto Fricke, prof. dr. Gustav Horn, van de Universiteit Duisburg-Essen en verbonden aan het Keynes Gesellschaft, en Marco Bos van de SER.

Het Wirtschaftssymposium komt op het moment dat zowel Nederland als Duitsland zich bezighouden met waar het heen moet met de industrie. De heftigheid hiervan in Duitsland is logisch, legt de hoogleraar uit. “Duitsland heeft 14 jaar ongekende groei gekend. Het ging voortdurend crescendo.” Anders dan in Nederland had de financiële crisis nauwelijks impact. “Het was eigenlijk niet meer dan een rimpel. De motor bleef lopen en de werkloosheid daalde hard. De export steeg fenomenaal. Het ging en gaat eigenlijk nog steeds prachtig.”

Vooruitzichten vertroebelen

Toch vertroebelen de vooruitzichten, ziet de professor. “Door de voorspoed is een zekere verwendheid ontstaan. Het loopt toch gesmeerd, waarom zouden we ons druk maken?” Maar op tal van punten is duidelijk geworden dat het Duitsland niet eindeloos voor de wind zal gaan. “We gaan de gevolgen van dieselgate nog lang merken. Bedrijven hadden het idee dat je ongestraft overheden en consumenten kon manipuleren. Dat is een flinke vertrouwensbreuk.”

Zelfs de gewone dieselrijder die geen belangstelling heeft in de gevolgen, gaat het merken, zegt Van Paridon. “Duitsland zit in de spagaat: er is geen land waar betere hightech diesels worden gemaakt. Toch blijkt dit niet meer het model van de toekomst te zijn.” Uiteraard heeft Duitsland ook naar alternatieven gekeken. “Maar nooit echt serieus, daardoor hebben ze een achterstand ten opzichte van andere landen.”

Verder doemt de vraag op wat er moet gebeuren met de banen die verloren kunnen gaan. Momenteel hebben 800.000 Duitsers een baan in de auto-industrie, vertelt de professor. “Het maken van een elektrische auto is eenvoudiger en vraagt veel minder handen. Dat zet de werkgelegenheid onder druk. Duitsland moet flink op de tanden bijten om in de toekomst de koppositie terug te veroveren.”

Duitsland verdient minder aan China

Dan is daar nog China. Waar Duitsland 14 jaar lang groeide, doet China dat al 40 jaar. “Hier heeft Duitsland volop van geprofiteerd, omdat de Chinese bedrijven investeerden in Duitse techniek, en consumenten een sterke voorkeur voor Duitse auto’s hadden.” Maar ook daar komt een kentering in, ziet de hoogleraar. “Het vlakt af. China zal ook meer aan de sociale verhoudingen moeten denken en kan dus minder hard investeren. Daarbij komt dat China steeds beter elektrische auto’s gaat maken. Kiest men straks nog voor een Duits merk?”

Als laatste indicator voor de verandering noemt de professor de toenemende institutionele onzekerheid. “Bestaande structuren staan onder druk. Wat brengt de Brexit, wat zullen de gevolgen zijn voor de Duitse industrie? Wat als Trump importtarieven gaat heffen op Duitse producten? Wat blijft er over van de Pax Americana?”

Tegelijk mogen al deze factoren van verandering geen verrassing zijn, zegt hij. “Duitsland heeft jarenlang geprofiteerd van de eigen sterke kanten. Het heeft schitterende resultaten opgeleverd.” In de golfbeweging van de conjunctuur gaat de lijn in sommige perioden ook naar beneden. “Zo werkt de economie.”

Krimpende volkspartijen zoeken draagvlak

Daarnaast liggen er ook andere grote uitdagingen, ziet de hoogleraar. “Grote groepen in de samenleving zijn niet enthousiast over het klimaatplan. Hoe zorg je dat er toch draagvlak komt?” Ook de vergrijzing wordt steeds duidelijker een probleem. “De bevolking gaat krimpen wanneer je niet gericht inzet op immigratie. Een economisch probleem; wat als je als bedrijf wilt groeien, maar je kunt geen mensen vinden? ”

Lang kon Duitsland leunen op de Soziale Marktwirtschaft, schetst Van Paridon.“Een model dat 70 jaar goed heeft gewerkt. Dat maakt iedereen huiverig om dingen aan te passen. Maar misschien zijn er nu andere instanties nodig.” Deze vraag ligt op het bordje van heel veel landen, zegt de professor. “Hoe zorg je dat bedrijven in kansrijke sectoren zich verder ontwikkelen? En hoe voorkom je tegelijkertijd dat de inkomenskloof groter wordt?”

Deze vragen zijn niet typisch Duits, maar de noodzaak om juiste antwoorden te vinden zie je wel extra sterk in Duitsland, ziet hij. “Het gaat steeds meer wringen. Zeker voor de huidige regering die een zwakke politieke constellatie vormt. Alleen maar roepen dat de soziale Marktwirtschaft gehandhaafd blijft, is niet voldoende.”

De maatschappelijke onrust over inkomensongelijkheid en over economische toekomstbeelden neemt toe, analyseert de professor. “Economisch gezien hadden de meeste mensen de afgelopen jaren weinig te klagen.” Maar je ziet ook in Duitsland de verschillen en de onzekerheid toenemen. Dat uit zich ook, aldus Van Paridon, bij het tegensputteren bij het klimaatbeleid en de armoedeproblematiek. “Het omvangrijke pakket aan maatregelen, doorgevoerd rond 2004, beter bekend als het Hartz-pakket, heeft Duitsland zeker geholpen, maar nu is het moment om de maatregelen weer tegen het licht te houden. Ook bij de pensioenen zijn aanpassingen nodig, de kans om als oudere tussen wal en schip te belanden is in Duitsland groter dan bij ons.”

Wat hebben al deze ontwikkelingen in Duitsland met Nederland te maken? Nederlandse ondernemingen hebben het de afgelopen jaren goed gedaan op de Duitse markt. Van Paridon zag hoe Nederlandse toeleveranciers steeds beter wisten in te spelen op de behoeften van de Duitse industrie. “Nederland kan goede kwaliteit flexibel leveren voor een aantrekkelijke prijs. Meer dan in Duitsland zijn onze toeleveranciers daarbij niet volledig afhankelijk van de auto-industrie.”

Nederland niet enthousiast over ‘Europese Champions’

In Duitsland heeft de overheid zich lang afzijdiger kunnen houden. “Maar nu de auto-industrie op een omslagpunt staat, zie je dat ook daar de overheid overweegt om in te grijpen.” De recente plannen van minister van Economische Zaken Peter Altmaier voor een nationaal Industriebeleid en voor European Champions zijn daar een voorbeeld van. “Als het beleid vooral gericht is om bestaande sectoren een betere positie te geven, lijkt me dat geen goede zaak. Tegelijk krijgen digitalisering en artificial intelligence (AI) ook meer nadruk. Het lijkt me zinvol om vooral daarin te investeren. ”

DNHK-directeur Gülker bevestigt dat Nederland enigszins sceptisch kijkt naar de voorstellen voor de industriepolitiek uit Duitsland. “Dat is te verklaren vanuit de vele mkb-bedrijven in Nederland. Het is dus des te belangrijker dat beide landen met elkaar over hun verschillende standpunten spreken. Tijdens het Wirtschaftssymposium spreken daarom gerenommeerde experts over waar de overeenkomsten zijn en waar men voor een andere aanpak kiest.”

In de globale economie is ook Duitsland steeds minder in staat om alles alleen te doen. “We moeten in Europa de krachten bundelen tussen bedrijven en universiteiten. Samen investeren in nieuwe technologie. We hebben elkaar nodig.”

Zorg dat iedereen kan meekomen

Toch ben je er niet met een debat over industriepolitiek, het verbeteren van de Europese concurrentiepositie en het ontwikkelen van nieuwe technologie, vindt Van Paridon. “Je loopt het gevaar dat de koplopers steeds verder voor de troepen vooruit lopen en de achterblijvers steeds verder achterblijven.”

De hoogleraar noemt als voorbeeld de Brexit en de opkomst van populistische partijen. “Deze bewegingen drijven op sentimenten van mensen die in een lastige positie zijn terecht gekomen. Ze hebben hun baan verloren, of ze wonen in een regio waar het minder goed gaat.” Het zijn reële angsten, ziet hij. “Deze mensen hebben het idee dat ze de boot missen.” Het is goed om over vernieuwing te praten, vindt de hoogleraar. “Maar niet zonder dat je ook nadenkt over hoe je ervoor zorgt dat iedereen hierin kan meekomen.

Aanmelden voor het Wirtschaftssymposium

Het vierde Duits-Nederlandse Wirtschaftssymposium op 30 oktober 2019 in Düsseldorf heeft als thema: Nationaal industriebeleid: onvermijdelijk of ongewenst? Economische, politieke en maatschappelijke debatten in Nederland en Duitsland.

Meer informatie over het programma en aanmelden

Duits-Nederlandse Handelskamer

De DNHK is met meer dan 1.500 leden het grootste Nederlands-Duitse zakennetwerk en ondersteunt al 110 jaar ondernemingen bij hun activiteiten op de buurmarkt.