Grensinstituut wil weten hoe je het beste de krachten van Duitsers en Nederlanders kunt bundelen

Duitsland en Nederland vullen elkaar goed aan, maar doen dat nog veel te weinig. Vanuit Limburg en Noordrijn-Westfalen is een onderzoek begonnen hoe een Grensinstituut daar verandering in kan brengen. Grensinstituut

Met een haalbaarheidsonderzoek naar een Grensinstituut, zoeken het Lectoraat Cross-Border Business Development (CBBD) van de Fontys Hogeschool in Venlo samen met Hochschule Niederrhein, Euregio Rijn Maas Noord en Regio Venlo naar de beste manier hoe Duitsers en Nederlanders elkaar kunnen versterken.

Dat er een dergelijk instituut moet komen, speelt al langer in het achterhoofd van onder meer Vincent Pijnenburg die met het Lectoraat Cross-Border Business Development aan de Fontys Hogeschool in Venlo al via diverse projecten samenwerking stimuleert en kansen wil benutten.

Ruim een jaar geleden krijgt het abstracte idee iets meer vorm aan de vergadertafels van de Regiodeal Noord-Limburg, waar onder leiding van de provincie acht Noord-Limburgse gemeenten plannen bespreken hoe de regio vooruit kan worden geholpen. Ook wordt hier geconstateerd dat rondom het thema duurzaamheid veel potentie voor grensoverschrijdende samenwerking ligt.

Duitsland en Nederland kunnen samenwerken rond duurzaamheid

Aanleiding is onder meer het nieuwe gemeentehuis in Venlo dat ook vanuit Duitsland veel belangstelling trekt, omdat het klimaatneutraal gebouwd is. “Toen dachten we, met het thema duurzaamheid zijn we aan beide kanten van de grens bezig”, vertelt Pijnenburg. “Dat onderwerp kunnen we aangrijpen om de samenwerking te verstevigen.”

In beide landen wordt gewerkt aan grote transities rondom energie, bijvoorbeeld bij energie en grondstoffen in de regio Niederrhein en Noordrijn-Westfalen: de herontwikkeling na het bruinkooltijdperk. Andere thema’s waar grote veranderingen plaats vinden zijn het klimaat, de landbouw- en voeding, de logistiek, de gebouwde omgeving en gezondheid. Deze sectoren spelen tegelijk een belangrijke rol in de regio, vertelt Pijnenburg.

“We beginnen met een haalbaarheidsstudie en dus een leeg vel papier. Aan beide kanten van de grens vragen we bedrijven, overheden en het onderwijs wat er wat hen betreft echt moet komen.” Nu is een haalbaarheidsstudie in de politiek niet zelden codetaal voor project dat op een elegante wijze op een zijspoor wordt verwezen. Pijnenburg moet er wel om lachen. “Nee, dit is een onderzoek van onderop, om juist iets op te zetten dat voldoende draagvlak heeft. Zodat het ook echt iets wordt.”

Grensinstituut om kracht van Duitsers en Nederlanders te bundelen

Het onderzoek naar het Grensinstituut dat onder leiding van projectleider Rob Bimmel is begonnen, draait om drie aspecten. “Allereerst leggen we inhoudelijk vast waar we elkaar kunnen vinden, waar zijn de snijpunten? Met een concurrentieanalyse voorkomen we dat we dingen dubbel gaan doen.”

Als tweede punt kijkt hij naar welke vorm het instituut moet krijgen. “Wordt het een leerstoel, of een field-lab? Of past een andere invulling beter?” En als laatste wordt ook de financiering onderzocht.

Dat betekent dat Bimmel op pad gaat met een lange lijst aan gesprekspartners die hij volgens een speciale methodiek gaat interviewen. “Het bedrijfsleven moet een nadrukkelijke rol krijgen. Dit moet geen onderwijs-overheid feestje worden. De zogenaamde triple-helix moet er absoluut in terugkomen.”

Structureel verbinden

Het onderzoek wordt uitgevoerd door de Fontys Hogeschool in Venlo samen met de Hochschule Niederrhein in Mönchengladbach en Krefeld, met ondersteuning van de Euregio Rijn-Maas Noord en de Regio Venlo. Zo aan het begin van het onderzoek wil Pijnenburg zijn droomuitkomst nog niet te concreet maken. “Dan raak ik mijn objectiviteit kwijt. Het plan moet echt uit de hele regio komen, met een leidende rol voor het bedrijfsleven aan twee kanten van de grens. Dan kan je vanuit intrinsieke motivatie de samenwerking zoeken.”

Bimmel vult aan dat dit meer moet worden dan een project van een paar jaar. “We gaan voor een structurele samenwerking, omdat je zo diverse initiatieven echt kunt verbinden.” De afgelopen jaren was hij betrokken bij diverse projecten in beide landen. “Dan merk je echt dat Duitsers en Nederlanders een sterke combinatie vormen. Met onze culturele verschillen kunnen we elkaar beter maken. Als ik even generaliseer: de precieze en gestructureerde Duitser en de pragmatische Nederlander met gedurfde ideeën. Die match is goed, en dat moet de kracht zijn van het Grensinstituut.”