Wat het koninklijk bezoek aan Bremen oplevert

Wat heeft het koninklijk bezoek aan Bremen en Bremerhaven opgeleverd? Met enkele hoofdrolspelers bespreken we de mogelijkheden die uit deze handelsmissie zijn ontstaan.

De rust is teruggekeerd in Bremen en Bremerhaven na het koninklijk bezoek met handelsdelegatie afgelopen week. Met diverse hoofdrolspelers blikken we terug.

Zo functioneerde honorair-consul Hylke Boerstra als een belangrijke bemiddelaar tussen de stadsdeelstaat en de Nederlandse overheid. Hij was voornamelijk aanwezig in Bremen bij de deeldelegaties ruimtevaart en emobility. NWEA-voorzitter Hans Timmers deelt zijn ervaringen in Bremerhaven, waar de delegatie voor offshore windenergie verbleef.

Koninklijk bezoek aan Bremen motiveert de ambitie

Wat betekende het koninklijk bezoek voor u persoonlijk?

Boerstra: Ongetwijfeld is koninklijk bezoek een niet te overtreffen hoogtepunt in mijn 20-jarige loopbaan als honorair-consul. Dit geldt in verschillende opzichten. Zeer bijzonder is natuurlijk het gevoel dat de monarch een eerbetoon brengt aan ‘mijn’ regio met dit bezoek. Waardevol is het wegbereidende effect dat handelsmissies door de aanwezigheid van regeringsleden krijgen. Mensen – en ook professionele zakenlui zijn er niet vrij van – bewegen zich graag onder het zonnetje van VIP’s. En de bezochte burgers en (toekomstige) zakenrelaties zijn dol op blauw bloed.

Niet te onderschatten is de motivatie die uit de ambitie voortgaat bepaalde resultaten voor de datum van het hoge bezoek te bereiken. Ik ben zeker dat zonder de missie de inkt onder het ene of andere contract of memorandum nu nog niet droog zou zijn.

Timmers: Normaal gesproken zijn we vooral op Nederland gericht. Deze missie richtte zich op een veel specifieker doel, namelijk om de Nederlandse offshore windsector voor het voetlicht te brengen op internationaal  niveau, om te laten zien dat onze bedrijven ook in Duitsland een belangrijke rol kunnen spelen in de ambities van Duitsland om in 2030 een geïnstalleerd offshore wind vermogen van 15 tot 20 GW te realiseren.

Voor mij persoonlijk is het enorm goed om tijdens de missie de bedrijven nog beter te leren kennen, om te zien waar we goed in zijn en om op die manier in te kunnen spelen op kansen voor de Nederlandse sector. Ook de banden met WAB (Windenergie Agentur Bremerhaven) en Stiftung Offshore Wind, die ik ook ontmoet in WindEurope-verband worden weer bevestigd.

En de aanwezigheid van het koningspaar en minister Sigrid Kaag, die ik mocht toespreken op de bijeenkomst bij Fraunhofer IWES, is natuurlijk enorm belangrijk om te laten zien dat ons land wind écht serieus neemt in de energievoorziening van de toekomst. Voor mij persoonlijk veel hoogtepunten en een bevestiging dat Nederland en NWEA op de goede weg is om windenergie te laten groeien.

Veel aanknopingspunten voor betere samenwerking

Welke interessante contacten heeft u zien ontstaan?

Boerstra: Ik was aanwezig bij de delegaties rond ruimtevaart en elektromobiliteit. Bij de ruimtevaart had ik de indruk dat hier niet zozeer deuren moesten worden geopend. Er wordt al goed samengewerkt. Toch heb ik het gevoel dat men nu nog dichter bij elkaar komt en daardoor de slagkracht van de Europese ‘Space Industry’ wordt versterkt.

Op gebied van emobility was het spannend te zien hoe minister Sigrid Kaag stakeholders uit alle relevante industrieën aan tafel bracht. De uitwisseling van ervaring en gedachten tussen voertuigproducenten, gebruikers van e-autos en elektrische bussen, stroomleveranciers en onderzoekers was inspirerend en bevordert zeer zeker grensoverschrijdende samenwerking.

Timmers: Behalve een mooie representatie richting de Duitse stakeholders, was het minstens zo goed om te zien dat de Nederlandse deelnemers elkaar beter leerden kennen. Er zijn dan ook veel vervolgafspraken gemaakt die hopelijk zullen leiden tot nieuwe samenwerkingen tussen Nederlandse bedrijven onderling.

Daarnaast is de ondertekening van een samenwerkingsovereenkomst tussen NNOW en WAB een belangrijke stap om met name in de noordelijke provincies, ongeacht de landsgrenzen, meer samen te werken. De tijdens de missie getekende contracten tussen DHSS en MHI Vestas voor het project Deutsche Bucht, en tussen Demaq Recycling en Senvion voor een samenwerking voor het recycling van windturbinebladen, geven aan dat er voldoende aanknopingspunten zijn om te blijven investeren in Nederlands-Duitse samenwerking.

Verder zal met de toenemende ambitie voor windenergie de supplychain nauwer gaan samenwerken, bijvoorbeeld de havens (Groningen Seaports, Port of Amsterdam, Port of Rotterdam) hebben ervaring en ook de ruimte voor de toekomst om synergie te behalen in samenwerking met de Duitse havens.

Samenwerken ligt ontzettend voor de hand

Wat zijn uw verwachtingen voor de toekomst, wat kan dit bezoek opleveren?

Boerstra: Ik kan uiteraard geen concrete prognose met namen en cijfers leveren. Belangrijk is dat dit bezoek weer toonde hoe dicht Nederland en Bremen bij elkaar liggen en hoe gemakkelijk het is grensoverschrijdend hand-in-hand wetenschappelijke en technische uitdagingen gezamenlijk aan te pakken.

Timmers: We hebben goede contacten gelegd met onze Duitse evenknie WAB (Windenergie Agentur Bremerhaven) en belangrijke bedrijven in de Duitse windsector. Dat betekent dat dit bezoek niet op zich stond, maar dat we gedurende het jaar meer bijeenkomsten zullen faciliteren voor onze leden, bijvoorbeeld tijdens de WindForce Conferentie in mei in Duitsland.

Maar ook voor de komende jaren, waarin een aanzienlijke hoeveelheid nieuwe projecten aanbesteed zullen worden, zowel in Nederland als in Duitsland. Door tijdens het seminar ook heel concrete cijfers over de toekomst van offshore wind in Nederland en Duitsland te bespreken, is voor vele aanwezigen heel duidelijk geworden dat het potentieel enorm is. Maar dat het tegelijkertijd ook een enorme inspanning zal vergen om alle woorden ook in daden om te zetten. Samen kunnen we meer in de toekomst.

Met elkaar blijven praten

Wat moeten Nederlandse ondernemers doen om ervoor te zorgen dat dit ook voor de lange termijn iets oplevert?

Boerstra: Gewoon met elkaar aan de praat blijven.

Timmers: Zij moeten blijven investeren in relaties en zichtbaarheid op de Duitse markt. Een goede opvolging van de opgedane contacten is essentieel. Het belangrijkste is dat de bedrijven elkaar beter hebben leren kennen en een eerste stap hebben kunnen zetten om te kijken waar ze elkaar aanvullen.

Dat is belangrijk voor toekomstige tenders en kan uiteindelijk leiden tot samenwerkingen op toekomstige projecten, die de windsector in beide landen sterker maakt. Als branchevereniging kunnen wij veel faciliteren als het sectorale gezicht en optreden als ‘matchmaker‘, maar uiteindelijk moeten de bedrijven zelf het heft in hand nemen om concrete overeenkomsten en samenwerkingen aan te gaan. Onze uitstraling vanuit de branche is goed voor onze bedrijven en wordt ook wereldwijd gezien.

Kwaliteiten van Bremen in de schijnwerpers

Staat Bremen nu goed op de kaart in Nederland?

Boerstra: Dat mag ik hopen! Daar ik niet alleen honorair consul in Bremen ben, maar ook burger van deze deelstaat, ben ik blij dat bij zo’n bezoek de kwaliteiten van onze regio in het juiste licht gezet worden. Bremen is een hub voor wetenschappen. Bremen staat in de top zes industrieregio’s van Duitsland. Nergens in Duitsland groeit de economie harder dan bij ons. Er komen dagelijks 138.000 mensen naar Bremen om hier te werken, terwijl slechts 40.000 pendelaars de stad uitgaan.

Hoe nu verder?

Timmers: Binnen Nederland zal eind maart een opvolgingssessie worden gehouden in samenwerking met RVO. Ik heb met plezier aan deze handelsmissie meegewerkt en zal dit voor Nederland en Duitsland in het bijzonder met groot enthousiasme blijven doen.

Nick Roos