Waarom Duitsland maar niet digitaal wil worden

Irritant dat Duitsland zo enorm achter loopt op digitaal gebied. Al heeft dat natuurlijk ook weer voordelen.

Vandaag het vijfde deel uit mijn opsomming ‘Met een Duitse bril op ziet Nederland er fantastisch uit‘. Dat begon met Dat wij Nederlanders zo lekker losjes zijn is niet altijd leuk voor Duitsers. Daarop volgde de vraag of we betere dienstverleners zijn en vond ik dat een beetje polderen Duitsland goed zou kunnen helpen en is het handig dat Duitsers de kat uit de boom kijken.

Vandaag gaat het om het internet. Ik schreef:

Dan moeten we het toch even over het internet hebben. Wifi is talrijker aanwezig in Nederland, het 4G-netwerk is er sneller. Zeker, ook in Duitsland komt de digitalisering nu krakend op gang. Maar waarom gaat het zo langzaam? Buurlanden als Oostenrijk, Zwitserland, Denemarken en Nederland zijn op tal van terreinen sneller met het omzetten van innovaties. Steeds vaker hoort ook Polen in dit lijstje thuis. Veel Duitsers hebben nog weinig vertrouwen in de nieuwe minister van Digitalisering.

Vertrouwen of niet, Duitsland moet wat minister van Economische Zaken Peter Altmaier (CDU) betreft een van de meest vooraanstaande landen qua digitalisering ter wereld worden, zei hij afgelopen maand bij de opening van ict-beurs Cebit in Hannover. Iets soortgelijks zei hij afgelopen week over Kunstmatige Intelligentie. Zijn toehoorders zullen de mooie woorden hebben gespiegeld aan de rauwe werkelijkheid; Duitsland is nog niet zo ver.

Te weinig ambitie

Natuurlijk is het aanleggen van snel internet en het aanbieden van een goed 4G-net in het grote Duitsland een stuk lastiger dan het kleine dichtbebouwde Nederland. Zeker in grote uitgestrekte gebieden met weinig inwoners zoals in Oost-Duitsland. Waar in Nederland op veel plekken glasvezel ligt, komt Duitsland niet verder dan 1,6%. Zelfs landen als Chili en Italië doen het beter, Japan is koploper met 74,1%.

Het kan er zomaar mee te maken hebben dat Duitsland jarenlang geen echte ambities heeft gehad. Lang werd het magische getal van 50 megabit per seconde voor alle huishoudens nagestreefd. Veel critici vonden dat veel te weinig en inmiddels geeft zelfs de Duitse regering toe dat er veel meer inspanning nodig is.

Ook de overheid zelf is nog veel te weinig digitaal. Regelmatig tref ik papieren folders aan waarin op juichende toon wordt gesproken over e-government, de digitalisering van de bureaucratie. Te vaak is het niet veel meer dan een invulprogramma’tje online die je uiteindelijk moet printen en op de post moet doen. Het zou me niets verbazen als een ambtenaar dit weer moet overtikken om de gegevens te verwerken.

Het lijken wel de jaren ’80

De manier waarop de Duitse overheid ermee omgaat doet sterk denken aan de jaren ’80, betoogt expert Julia Krüger. “Het gaat al 30 jaar over glasvezel, cursussen voor medewerkers, digitalisering in het onderwijs en de modernisering van de overheid. Maar tot nu toe is nog weinig gebeurd door heel diverse oorzaken.”

Hoe ver daar de overheid af staat van de eigen burgers maakt Krüger duidelijk met een paar voorbeelden. “Wat gaan online cursussen helpen in een tijd waar mensen steeds vaker voor platformen zoals Uber of Foodora werken? Wat helpt subsidie voor digitale startups terwijl we vakmensen tekort komen?”

Digitaal? Duitsland is te analoog

Wellicht dat minister Altmaier daarom zo enthousiast zijn vergezichten schildert. Zou er dan toch digitale ambitie op gang komen? Het bedrijfsleven zou het toejuichen, want brancheorganisatie Bitkom vindt Duitsland veel te analoog.

Het heeft volgens mij te maken met een mentaliteit die ik hier vaker zie: waarom zou je iets veranderen wanneer het werkt? Waarbij dan wordt vergeten dan stilstand achteruitgang is. Dat druist nogal in tegen de onrust bij Nederlanders die juist van alles uitproberen, vernieuwen en verbeteren. Met alle gevolgen van dien, want dat kan natuurlijk misgaan. En alleen al nadenken over dat risico is voor veel Duitsers de ergste nachtmerrie.

Nu heeft elk nadeel een voordeel. Duitsland kan in deze jachtige tijden zichzelf natuurlijk ook promoten als wifi-retraite of internetloze oase. Maar dat zijn dan weer andere ambities.